Geeft Nederlandse naam meer kans op werk?

Geplaatst 12/06/2013 door rudidierick
Categorieën: Diversiteitsbeleid

Lieselotte Blommaert, sociologe bij de Universiteit Utrecht, beweert in haar doctoraat van wel (zie hier voor een bericht van de Univ. Utrecht). Ze onderzocht in welke mate kandidaten met vergelijkbare kwalificaties meer kans hebben om uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek dan kandidaten met een Arabische naam. Ze komt op een verschil van 60% uit.

Ze beschouwt die hogere kans op werk door een Nederlandse naam als een discriminatie. Haar onderzoeksmethode lijkt echter hoogst onwetenschappelijk.

Elke wetenschapper met een ernstige ervaring in rekrutering weet nochtans dat bij eventuele discriminatie niet enkel de houding van de rekruteerders moet onderzocht worden, maar ook die van de kandidaten!  Als men beweert dat een bepaalde groep kandidaten gediscrimineerd wordt, dan moet men kunnen aantonen dat deze groep, als groep beschouwd, over dezelfde kwaliteiten en attitudes beschikt dan de controlegroep. Dit werd hier niet onderzocht. Enkel de ‘kwalificaties’ volstaan niet. Ook de attitudes en de (professionele) waarden moeten mee onderzocht worden.

En daar zit wel degelijk een groot probleem. Vergelijk het even met een jonge academicus met geschikte diploma’s (wat wel onderzocht werd), maar die verklaart dat hij niet zou kunnen werken onder gezag van een collega zonder academisch diploma (een attitude die blijkbaar niet onderzocht werd). Vele rekruteerders gaan deze persoon niet meer verder overwegen wegens een problematische attitude.

Met ‘Arabieren’ (versta: landgenoten met een Arabische voornaam en vermoedelijk Arabische herkomst) gebeurt er iets soortgelijk:  vele Arabieren blijken bewust of onbewust de seculiere aard van onze samenleving niet te aanvaarden, of ze hebben het er moeilijk mee. Vele rekruteerders beschouwen dat als een risico)geval: hoe kunnen ze op voorhand te weten komen of deze of gene individuele Arabier wel vlot aardt in onze seculiere maatschappij?

Kortom, ernstig onderzoek mag deze factoren niet negeren. Dat een rekruteerder ook rekening houdt met de kans dat een kandidaat zal kunnen passen in zijn organisatie lijkt me best legitiem. Ernstig onderzoek had ook moeten onderzoeken of andere soorten allochtone namen ook op dezelfde problemen stoten. Blijken dat bijvoorbeeld Aziaten daar zo goed als geen last van hebben. Waarom? Wel, daar ligt net de interessante onderzoeksvraag.

Dat gezegd zijnde, zijn er best legitieme, legale HR-technieken om kandidaten met een Arabische naam wel gelijke kansen te kunnen geven. Deze technieken streven naar een bruikbaar en betrouwbaar onderscheid tussen kandidaten met problematische attitudes en andere. Voor deze laatsten kan en moet men discriminatie kunnen vermijden.

Terzijde enkele aanvullende bedenkingen:

  1. Anoniem solliciteren -de oplossing die L. Blommaert voorstaat- is géén afdoende, noch een bruikbare oplossing voor deze problemen. Deze techniek ontkent namelijk dat er een significante groep Arabieren met problematische attitudes bestaat. Ze verschuift de problemen alleen maar en dan nog slechts deels.
  2. Het is uitermate verontrustend dat universiteiten zo’n oppervlakkige en eenzijdige schrijvelarij als wetenschappelijk onderzoek beschouwen en goedkeuren. geen wonder dat vele bedrijven oppassen voor doctoren uit menswetenschappen.
  3. Laten we als Vlamingen niet te zelfgenoegzaam zijn, eerdere Vlaamse onderzoeken rond deze thema’s leden aan soortgelijke zware methodologische fouten en tekorten.
  4. Dit onderzoek getuigt ook van een zware ivoren-toren-mentaliteit. Er zijn heus genoeg bewezen en wel realistische HR-technieken bekend om achterstelling sterk te kunnen terugdringen. En zelfs aan univs weet men hier en daar beter, merkten we bij eerdere samenwerkingen.
Advertenties

Update over quota

Geplaatst 30/09/2012 door rudidierick
Categorieën: Uncategorized

Ons advies over professioneel omgaan met quota en de diverse soorten streefcijfers is recent geactualiseerd. Met aandacht voor de quasi onmogelijkheid van quota, en suggesties voor zinvol, zakelijk gebruik van (intern bepaalde) streefcijfers, met name bij aanwervingen.  U vindt het hier.

Gelijk pensioen voor gelijk werk

Geplaatst 16/08/2012 door rudidierick
Categorieën: Discussienota's

Is het niet hoog tijd dat ‘gelijk loon voor gelijk werk’, en dus ook ‘gelijk pensioen (=uitgesteld loon) voor gelijk werk’ terug in ére hersteld worden voor àlle werkenden, ambtenaren, statutairen en contractuelen én werknemers in de privé én openbare mandatarissen?

Fons Leroy gooide terecht de steen in één kikkerpoel: er bestaan gigantische en onaanvaardbare verschillen tussen de statuten van contractuele versus statutaire (vastbenoemde) ambtenaren. En Hendrik Bogaert, de bevoegde nationale excellentie, beloofde een deel van die verschillen weg te werken, met name inzake promotiemogelijkheden e;d. Maar aan 2 verschillen wil hij niet raken, en dan vooral aan de véél hogere pensioenen voor statutairen.

Het statuut van contractuelen is inderdaad zeer populair bij openbare bestuurders omdat het véél goedkoper is. Pensioenen én weddes wegen daarin mee. De rest nauwelijks. het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk’, en dus ook ‘gelijk pensioen (=uitgesteld loon) voor gelijk werk’ wordt hier zwaar geschonden. Die schending kan op langer termijn enkele miljarden € verschil uitmaken.

Maar zowel Leroy als Bogaert verzwegen zorgvuldig dat er nog een tweede schending van dat gelijkheidsprincipe bestaat, namelijk de extreme bevoordeling van statutaire ambtenaren vergeleken met werknemers in de privé. Dat verschil weegt véle miljarden!  Gepensioneerde statutaire ambtenaren krijgen nu  gemiddeld 2,2x zoveel pensioen als werknemers uit de privé. Dit verschil is extreem en het groeit zelfs nog!

Er is echter geen enkele aanvaardbare reden voor zo’n verschil. Op een beperkt aantal na, kennen alle statutaire ambtenaren al enkele jaren een gelijk loon als werknemers in de privé met een vergelijkbare functie, verantwoordelijkheid, competentievereisten en werkomstandigheden. De inhaalbeweging is quasi volledig voltooid. maar tegelijk kennen die ambtenaren één véél hogere jobzekerheid. Hun totale vergoeding tijdens het werken ligt al veel hoger. En daar bovenop krijgen ze nog een pensioen, dat zij graag ‘uitgesteld loon’ dat ook véél hoger ligt. geen enkele sociale, noch democratische, noch bestuurlijke overweging verantwoord dat.

Het optrekken van alle relatief lagere pensioenen (voor werknemers in de privé en contractuelen) is budgettair totaal onmogelijk. Dat is zuivere waanzin gezien de hudgettaire toestand van onze globale overheden. Daarom zijn er slechts enkele oplossingen mogelijk:

  1. of de hoogste pensioenen veel zwaarder belasten,
  2. of  alle toekomstige pensioenrechten voor iedereen radicaal gelijkschakelen,
  3. of ook alle pensioenberekeningen voor wie vanaf morgen op pensioen gaat gelijkschakelen,
  4. of een combinatie van beide 1. en 2. of 2. en 3..

Aanvullend zal men ook de gelijkgestelde periodes grondig moeten hervormen. Daarbij i, omwille van die noodzakelijke rechtvaardigheid en respect voro het gelijkheidsbeginsel, is een strakke beperking noodzakelijk van alle periodes die zelfgekozen zijn, of die deels zelf veroorzaakt zijn.

Gelijkschakeling van pensioenrechten naar de toekomst toe is de kern van deze hervorming. Zonder dat blijft een billijke rechtvaardigheid onmogelijk. Dat wil zeggen dat voor elk gewerkt jaar vanaf nu men éénzelfde pensioenrecht opbouwt. Iedereen die nu al werkt behoudt dan rechten die voor elke gewerkte of gelijkgestelde jaar, maar voor elk toekomstig jaar wordt slechts één gelijke berekening gebruikt. Voor gelijk werk moet het totale opgebouwde pensioenrecht (zijnde de som van wettelijk pensioen plus dat deel van de groepspensioenen dat door de  werkgever gedragen wordt) dan ook gelijk zijn.

Alle vrijwillige bijkomende vormen van pensioensparen die de werknemer gedragen worden en dus niet door de gemeenschap, die vallen daar natuurlijk buiten. De fiscale aanmoediging daarvoor  wordt waarschijnlijk best mee hervormd.

En mochten de vakbonden van de statutaire ambtenaren menen dat zij behoud van hun privileges kunnen verantwoorden, dan wordt het hoog tijd dat ze daarvoor ook eindelijk eens wat relevante argumenten aandragen; Want dat deden ze de voorbije decennia nooit!   En laten ze zich geen illusies maken, vroeg of laat worden deze privileges door rechtbanken, en desnoods door het Europees mensenrechtenhof weggeveegd.

 

Evenwichtige Menu Methode

Geplaatst 02/05/2012 door rudidierick
Categorieën: Uncategorized

Bent u het ook beu? Taalcursussen die niet of nauwelijks passen in de agenda van uw medewerkers of u zelf? Die te dikwijls onderbroken geraken voor andere prioriteiten?  Waar men slechts een paar uur per week les krijgt, en dan vele maanden niets? Cursussen die vervelend zijn, of niet aansluiten bij uw werk? Studenten die afhaken en dan maanden  niets meer bijleren?  ….

De Evenwichtige Menu Methode biedt een antwoord op al deze beperkingen van de bestaande taalverwerving (zowel vreemde talen als ‘NT2’).  Het is een omvattende methode voor taalverwerving en ontwikkeling van enkele ondersteunende competenties voor uiteenlopende groepen studenten (volwassenen) en werkenden die steunt op coaching en een doelgericht beheer van alle relevante activiteiten. Deze methode biedt een ideale mix tussen aangename leer- en oefenactiviteiten, onderricht en zelfstudie. Ze kan sterk aangepast worden aan noden en voorkeuren van studenten en sponsors.

Akilian n.v. kan instaan voor uw taalverwerving in Nederlands, Engels Frans en andere talen. De studenten kunnen de nodige activiteiten uitvoeren waar het hen best uitkomt, op uw bedrijf, thuis, of elders.  Akilian kan alle nodige taal- en procescoaches leveren, maar interne expertise kan vlot ingeschakeld worden.

Voor meer informatie, contacteer ons op 0494 / 58 78 65 of mail ons op akilian.n.v@gmail.com.

If you pay them peanuts …

Geplaatst 07/09/2011 door rudidierick
Categorieën: Uncategorized

Het debat over de uitstapvergoeding van parlementsleden lijkt ons best leerrijk. Beginnen we met het goede nieuws: alvast twee politici, Sven Gatz en Inge Vervotte (toevallig twee Vlamingen) kondigden aan dat ze verzaken aan deze bijzonder royale uitstapvergoeding. En royaal is dat wel: zelfs bij vrijwillig vertrek en onmiddellijk starten met een nieuwe job krijgt men nog de volle jackpot. Een gouden handdruk met vele diamantjes erbij dus.

Aansluitend is ook het opflakkeren van dit debat goed nieuws. Een lezer suggereerde om die vergoeding enkel uit te betalen bij het normaal aflopen van een mandaat (d.w.z. niet-herverkiezing), en enkel onder vorm van een aanvulling op het loon voor wie terug aan de slag gaat. Dat is zeker zinvol.

Maar zijn we er dan, als we die excessen i/d vergoeding van parlementairen weg te snijden?

Het lijkt ons van niet! En laten we zeker niet te vroeg victorie kraaien.Met deze politieke cultuur mag men het pas geloven, als het ook toegepast wordt.Zeker niet bij de aankondiging -dat ware een vorm van zware naïviteit- en best ook niet bij de goedkeuring van de wetten, maar hoogstens bij de publicatie van de uitvoerinsgbesluiten. Want de besluiten op de verantwoordelijkheid van ministers blijven al enkele tientallen jaren achterwege, en die voor het rijbewijs met punten ook! En voor de verantwoordelijkheid van syndicaten zijn er zelfs nog geen wetten. We véle wetten die hun privileges regelen, maar geen enkele voor evenredige verantwoordelijkheid.

Maar dan nog zit er nog één zware redeneerfout in het gangbare betoog dat doorgaans ook de hoge lonen voor parlementsleden verdedigt. Als we niet goed zouden vergoeden, dan zouden we geen kwaliteit krijgen. If you pay them peanuts, you’ll get monkeys. Of ‘zij doen alsof ze ons een loon betalen, en wij doen alsof we werken’.

Maar nu is er wel één vervelend feit: parlementsleden blijken al eens intellectuele lichtgewichten, en dikwijls  jonge snaken. En vooral de leden van de ‘systeempartijen’ dienen altijd als stempelkussen voor partijbeslissingen! Ze zorgen voor een reglementaire diarree, met veel rechten en gunsten, maar ze hebben niet eens door dat de helft van hun wetten niet eens toegepast worden, en dat 97% van het echte beleid in de kabinetten, de EU en de partijhoofdkwartieren gemaakt wordt. En daarenboven generen ze zich niet voor het feit dat velen onder hen twee, en soms zelfs drie ‘voltijds betaalde’ mandaten cumuleren.

Referenda lijken daarbij dan de énige echte oplossing. In Zwitserland werkt dat al eeuwen zeer goed. En we kunnen dat gerust aanpassen aan onze instellingen. Sterker: laat daarbij voor één soort aangelegenheden enkel de referenda beslissen, namelijk aantal en vergoeding van parlementsleden en andere politieke mandatarissen.

Geen ziektebriefje voor 1 dag meer?

Geplaatst 08/08/2011 door rudidierick
Categorieën: Discussienota's, Uncategorized

Discussienota

Het lijkt een goed idee, de afschaffing van iets wat zovelen beschouwen als een overbodige papierwinkel. Maar afschaffen zonder meer, is dat wel OK? Zou dat bepaalde misbruiken niet kunnen verergeren. Die ‘éne dag’ lijkt daarom een symptoom, eerder dan de kern van een probleem.

Is het daarom niet aangewezen om enkele alternatieven te voorzien?

Wat is dan het probleem? Eenvoudig: teveel werknemers – w.o. diegenen met een zwakke werkmotivatie, een verleden als ‘uitkerings-hopper’ en/of met precaire familiale situaties- maken op relatief grote schaal misbruik van de inkomersvervangende uitkeringen. Het betreft dus groepen zonder zware medische aandoeningen, maar met veelvuldige overstappen tussen diverse uitkeringen en te talrijke ziekte-afwezigheden voor kleine(re) en/of niet-objectief aantoonbare aandoeningen. Dit is uiteraard slechts een grove schets. Vergeten we ook niet de trend naar afschaffing van de carensdag voor meer en meer arbeiders.

We zochten mee naar oplossingen. Aan welke voorwaarden moet een alternatief dan voldoen:

  1. Voelbaar minder kosten en lagere administratieve overlast voor medici, werkgevers, overheden, sociale secretariaten, …
  2. Geen verhoging van de kosten voor al wie reële medische problemen heeft.
  3. Significant bijdragen tot beperken van misbruiken.

Kortom, meerdere vliegen in één klap slaan. Daarom stellen we één nieuw instrument voor en enkele begeleidende maatregelen.

Werk-en-afwezigheden-overzicht

Dat is voorstel voor een nieuw standaardformulier dat elke werknemer zelf (of zijn vakbond), de werkgever, een kandidaat-werkgever en sociaal secretariaat online kan opvragen bij de bevoegde dienst. Deze laatste is waarschijnlijk de Kruispuntbank.

Het doel van dit instrument is een meer efficiënte opvolging van de prestaties en eventuele misbruiken. Dit is een analyse die (kandidaat)werkgevers nu al op grote schaal maken, én mogen maken, maar die nu botst op tal van praktische complicaties en inefficiënties. Uiteraard willen we de bestaande bescherming van medische gegevens integraal behouden. Er wordt dus géén informatie gegeven over de aandoeningen zelf, noch over de behandelende medici, noch over de medicatie.

Dit overzicht (formulier) bevat drie onderdelen:

  1. Een grafische voorstelling (agenda met maandoverzichten en kleurencodes) van alle gewerkte dagen én van alle soorten afwezigheden (per grote categorie: verlof, ziekte, werk, en bij ziekte idealiter een onderscheid ts. afwezigheid voor een objectief aantoonbare oorzaak en voor andere redenen).
  2. Analyse van de ziekte-afwezigheden vanuit oogpunt van ‘evidence based medicine’: welk deel van de ziektedagen lijkt verantwoordbaar? Niet of onvoldoende verantwoordbaar zijn te hoge aantallen afwezigheden met niet-aantoonbare aanleiding of verdacht veel afwezigheden na weekends en verlofperiodes. Deze analyse kan deels grafisch voorgesteld worden.
  3. Eventueel een bijlage met alle gegevens die in het grafische overzicht opgenomen werden.

Voor medici kan een variante voorzien worden om sneller manifeste misbruiken te zien, denk aan patiënten die manifest misbruik van vertrouwen van de medicus plegen. Dat aangepaste overzicht bevat iets meer informatie, bijv. het medisch specialisme van elke medicus die een ziekte vaststelde.  Dit formulier bevat slechts een zeer kleine fractie van de informatie in een globaal medisch dossier.

Dat moet de medici ook toelaten om manifeste chronische problemen sneller te detecteren en om vicieuze cirkels van manifest aanslepende problemen sneller te kunnen doorbreken. Analoog zullen personeelsdiensten ook hun steentje kunnen bijdragen tot aanpak van slepende problemen en beperken van misbruik. Dat laatste kost de gemeenschap namelijk véél te veel. De werklast die dat nu veroorzaakt komt disproportioneel veel terecht komt bij de collega’s. Dat is asociaal.

Begeleidende maatregelen

  • Behoud van de carensdag voor alle werknemers die (gemeten over enkele jaren) disproportioneel hoog scoren voor teveel afwezigheden op verdachte momenten (maandagen en na verloven) of met teveel niet-aantoonbare redenen.
  • Wetenschappelijk onderzoek naar definitie van de praxis van evidence based medicine.

Zinvolle piste?  Laat het horen!

Consumptie versus (sociaal) investeren

Geplaatst 17/06/2011 door rudidierick
Categorieën: Uncategorized

Frank Vandenbroucke, Anton Hemerijck en Bruno Palier slaan nagels met koppen in ‘The EU Needs a Social Investment Pact’ op OSE. Eén voorbeeldje: “as the welfare state is in process of becoming more service based, there is a clear need to distinguish social investments from consumption spending.”

Deze briljante opinie bevat enkele uiterst pertinente voorstellen voor hervorming van het arbeidsmarktbeleid, de sociale zekerheid en onderwijs.

Maar zijn zij voldoende ambitieus? Zeker in het onderwijsbeleid zou ik enkele extra objectieven willen suggereren:

  1. Een ambitieus objectief voor de uitstroom van jongeren met een ‘finaliteitsopleiding’, zijnde al die opleidingen die een reële kans op ‘duurzame tewerkstelling’ bieden. FVDB en zijn medestanders leggen immers een enigszins eenzijdige focus op hoger onderwijs (cfr. ‘achieve 40% of graduates from higher education’). Moeten alle ‘zinvolle’ opleidingen in technisch en beroepsonderwijs niet véél sterker gewaardeerd worden?
  2. Vermindering van de uitstroom van functionele analfabeten. Ook bij jongeren vinden we dat terug. Is dat geen zware inbreuk op de algemene doelstellingen die ze nochtans zo benadrukken?
  3. Systematische versterking (en evaluatie) van computer en internet geletterdheid bij al wie uitstroomt uit onderwijs en/of werkzoekend is.

Wat ook ontbreekt in hun nota zijn de mogelijkheden voor maatregelen op korte termijn die geen grote uitgaven vereisen. Ik zie daartoe grote mogelijkheden. Denk aan het actief tegengaan van schadelijke praktijken, gezien vanuit perspectief van ‘sociale investeringen’, zoals een véél hogere werkgeversbijdrage in de kost van brugpensioenen of de verplichte besteding van een deel van de (huidige) ontslagvergoedingen aan outplacement én aan bijscholing! Kortom, het gebrek aan de noodzakelijke sociale investeringen kan men op korte termijn al in redelijke mate tegengaan.

Dit genre structurele maatregelen -met lage tot zeer lage kosten- is één van de onderzoeksthema’s van Akilian.

Men moet zich hierbij afvragen wat Vandenbroucke daarmee doet in een politieke familie waarin vooral de PS tot nu toe een aartsconservatieve anti-these van zijn stellingen weet op te dringen!